Eén van mijn eerste artikelen ging over zaken die men liever binnenskamers hield. Mijn tipgever wilde anoniem blijven, dus had ik in feite niets voor publicatie. Maar met dit zetje in de goede richting ging ik op pad. De jacht naar nieuws was begonnen.evenvoorstellengroot

Ik stapte op mijn fiets en bedacht hoe ik het zou aanpakken. Opbellen wilde ik niet, want dan konden ze zo ophangen. Na even zoeken in de Kamper binnenstad vond ik het juiste pand. Ik stalde mijn fiets op de stoep en drukte op de bel naast de grote statige houten deur.

Een paar seconden later klonk er gerommel achter de deur. De sleutel werd omgedraaid. ‘Dag meneer, ik ben van het Nieuw Kamper Dagblad (de Stentor) en ik hoorde dat jullie…,’ blufte ik met mijn meest onschuldige studentengezicht. ‘In principe kan ik al publiceren, maar ik wilde jullie toch de gelegenheid bieden om jullie kant van het verhaal te vertellen.’

Verbaasd keek de man me aan. Hij wilde weten wie me dat had verteld. Maar ik gaf mijn bron natuurlijk niet prijs. ‘Ik weet het, dat is genoeg,’ zei ik terwijl ik hem recht in de ogen aankeek. De man bromde dat ik moest wachten. Even later mocht ik binnenkomen. De zenuwen gierden door mijn lijf. Ik had me naar binnen gebluft en begaf me in het hol van de leeuw. 'Hoe kom ik hier weer uit?' dacht ik bij mezelf.

We liepen naar de kantine waar nog een paar mensen aan tafel zaten. Ze knikten vriendelijk en boden me wat te drinken aan. Daar zat ik dan, met een kop thee en een koekje. Ik keek de voorzitter aan, die begon te vertellen. Slechts over de details hoefde ik door te vragen. Een half uur later stond ik weer buiten met een brede grijns op mijn gezicht. Yes, ik had mijn verhaal.

Zulke momenten wakkeren mijn journalistieke vlam aan. Mijn tipgever haalde nog een paar ‘interne’ zaken van ’t slot en leverde mij mijn eerste primeurtjes die elke keer weer stof deden opwaaien. Daarvoor ben ik hem nog steeds dankbaar.

Schrijven is mijn passie, net als reizen. Het liefst doe ik beide tegelijk, zoals in Nieuw Zeeland, en later dat jaar in de Australische Outback bij de Aboriginees. Ik leefde op het rode zand tussen de struiken en wilde dieren. De bewoonde wereld was driehonderd kilometer verderop. En ik blogde over mijn ervaringen met een cultuur waar ik nog nooit van gehoord had.

Terug in Nederland schreef ik voor gemeenten de wmo- en inburgeringloketten. De Zwolse Wegwijzer helpt nog elke dag mensen door het oerwoud van regeltjes en instanties heen. Daarna volgden de NVM-stappenplannen, was ik bij de bekendmaking van de zeven nieuwe wereldwonderen in Lissabon en schreef ik over het reilen en zeilen bij Achmea. Zelfs afgelopen zomer in Gibraltar kon ik het niet laten. Maar dit keer wel een kortere tekst, op een ansichtkaart voor heit en mem (pa en ma).

Vandaag help ik enkele ondernemers met teksten voor hun website. En morgen? Dan beleef ik een nieuw (schrijf)avontuur. Misschien wel samen met jou.

Groet,

Henk-Jan